voortgezet onderwijs

Uitgangspunten

Hier staan wij voor
Cultuuronderwijs ontwikkelt het cultureel zelfbewustzijn bij jongeren. Het gaat over vragen als: ‘Wie ben ik?’ en ‘Wie ben ik ten opzichte van anderen? Jongeren leren reflecteren (reageren) op zichzelf en anderen, op hun cultuur. Ze leren wat cultuur voor hen betekent en hoe ze er een eigen betekenis aan kunnen geven. Maar ze leren ook om met respect, verantwoordelijkheid en veerkracht met elkaar om te gaan. Met zorg voor en waardering van hun leefomgeving. Jongeren staan niet los van anderen of hun omgeving: ze zijn onderdeel van een geheel. 

In de workshops, bij de leesproducten en tijdens de festivals is deze context van jongeren dan ook altijd het vertrekpunt. Van daaruit werken we aan een bijzondere ervaring of nieuwe ontdekking. Zo prikkelen we bij jongeren de levenslust en de wil om te leren – en hopen we ook op uw school bij te dragen aan de culturele levensloop van iedere jongere!

Voor alle jongeren
BplusC zet zich in om het leven van alle inwoners van de regio Leiden actief te verrijken met kunst, cultuur en kennis. Jongeren (kinderen en volwassenen) stimuleren om zich te ontwikkelen tot actieve, zelfstandige, creatieve, kritische en genuanceerde mensen in onze complexer wordende samenleving is wat wij voor ogen hebben. Dit is soms een hele speurtocht. Er is zoveel mogelijk. Daarom is BplusC in het onderwijs ook graag uw gids!

Budget nodig?
Stimuleringsregeling Bibliotheek op school
Voor (aanvullen)de financiering van een lees- en mediaplan kan de school gebruik maken van de stimuleringsregeling VO van de Bibliotheek op school. Informatie hierover opvragen? Mail naar onderwijs@BplusC.nl.

CJP Cultuurkaart
Stichting Cultureel Jongeren Paspoort (CJP) blijft de Cultuurkaart ook komend schooljaar uitvoeren. Scholen in het voortgezet onderwijs kunnen met deze kaart betalen voor activiteiten bij culturele organisaties, zoals BplusC. Met hun Cultuurkaart krijgen de jongeren bovendien CJP-korting. Ruim 700.000 leerlingen hebben een Cultuurkaart. Aan de Cultuurkaart is jaarlijks een bedrag van minimaal € 5 per leerling gekoppeld, beschikbaar gesteld door het ministerie van OCW. 89% van de scholen vult dit bedrag zelf aan met € 10 per leerling. 

Prestatiebox
Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (vso) ontvangen automatisch via de regeling Prestatiebox een bedrag van € 11,50 per leerling voor cultuureducatie. Deze scholen hoeven hiervoor dus geen aanvraag te doen. Omdat vso-scholen deze jaarlijkse bijdrage ontvangen, kunnen zij geen cultuurkaart aanvragen voor hun leerlingen. Dit in tegenstelling tot voorgaande jaren. Het bedrag uit de Prestatiebox is immers hoger is dan dat voor de Cultuurkaart (jaarlijks € 5 per leerling).

En meer...
Daarnaast kan de school  een (extra) ouderbijdrage vragen, een sponsoractie starten of fondsen aanschrijven voor subsidie. Een feestelijke afsluiting van een cultuurprojecte kan ook voor extra inkomsten zorgen. Denk bijvoorbeeld aan een creatieve markt om de werkstukken van de jongeren te verkopen of een opdtreden waarvoor toegangskaartjes verkocht worden, bijv. in het Muziekhuis.

Scholing en professionaliseren
Voor scholing en professionalisering van docenten ontvangt de school via de Prestatiebox € 201 per leerling. In de cao van het voortgezet onderwijs is afgesproken dat scholen 10% van het personele budget (lumpsum) inzetten voor scholing en deskundigheidsbevordering. Dat komt neer op 83 uur en € 600 per docent.

Voorwaarden

Algemeen
Workshops, leesproducten en meer expertise op school aanvragen of inschrijven voor festivals kan het hele schooljaar, zo lang de voorraad strekt, het maximum aantal deelnemers nog niet bereikt is, afhankelijk van de beschikbaarheid van vakdocenten en met uizondering van activiteiten op een specifieke startdatum. 

Alles wordt geleverd volgens de afspraken die BplusC in overleg met de school maakt. Deze voorwaarden legt BplusC in een offerte of afsprakenbevestiging (of aanvullend per mail) vast. De school kan eventuele wijzigingen binnen een week doorgeven aan BplusC. Daarna staan de afspraken vast.

De school is verantwoordelijk voor de organisatorische details, zoals die in de offerte of opdrachtbevestiging (of aanvullend per mail) vastgelegd worden. 

Als de school meer dan een maand van tevoren een afspraak wil wijzigen, dan is dat alleen mogelijk in overleg met BplusC. Is deze periode verstreken dan zijn wijzigingen niet meer mogelijk. 

Komt de school de gemaakte afspraken niet na of ziet de school alsnog van producten of activiteiten af, dan dient de school het volledige bedrag te betalen.

BplusC gaat ervan uit dat alle betrokken partijen zorgdragen voor een goede uitvoering van activiteiten en een goede levering en retournering van producten. De school is aansprakelijk wanneer er tijdens de uitvoering of leenperiode spullen zoekraken of kapot gaan.

Voorwaarden Bibliotheekabonnement
De school krijgt 1 pas per klas. Per pas kunt u maximaal 2 objecten per jongere of leraar lenen. De leentermijn is 6 weken en er gelden reguliere te-laat-vergoedingen. De pas staat op naam van de school en blijft in de bibliotheek. De docent is verantwoordelijk voor geleende materialen. Ruilen kan alleen klassikaal, volgens een rooster, in de gewenste bibliotheek-locatie van BplusC.

Voorwaarden Leesproducten
De school krijgt vooraf bericht van BplusC of aangevraagde leesproducten beschikbaar zijn in de gewenste periode. De prijzen zijn inclusief vervoer. De leentermijn is 4 weken.

Voorwaarden Workshops
De locatie van workshops is nagenoeg altijd bij u op school, tenzij anders afgesproken of bij activiteiten in het Muziekhuis. 

De school is verantwoordelijk voor de organisatorische details die nodig zijn voor het slagen van de activiteiten, zoals ontvangst vakdocenten, voorbereiden ruimtes, klaarzetten benodigdheden, voorbereiden jongeren, communiceren bijzonderheden, etc.

BplusC gaat ervan uit dat er een docent van de school aanwezig is bij de uitvoering van activiteiten, m.u.v. lessen waarbij de groep gesplitst wordt. Een positieve, actieve, ondersteunende houding van de docent draagt bij aan het plezier dat de jongeren aan de activiteit beleven.